Kleine, ondoordachte maatregelen in een park hebben soms grote, negatieve gevolgen op dierenpopulaties. Dat blijkt uit een nieuwe studie naar de vroedmeesterpad, een amfibie die vijftig jaar gelede…
De verdwijning van de vroedmeesterpad opgehelderd na vijftig jaar
Kleine, ondoordachte maatregelen in een park hebben soms grote, negatieve gevolgen op dierenpopulaties. Dat blijkt uit een nieuwe studie naar de vroedmeesterpad, een amfibie die vijftig jaar geleden verdween uit Brussel.
De droogte van de voorbije zomer was opnieuw een klap voor de Brusselse amfibieën, die het al langer lastig hebben. Ooit was Brussel als moerasgebied ideaal voor hen, maar vanaf de vijftiende eeuw veranderde dat door de vermindering van waterpartijen. Dat proces versnelde in de negentiende eeuw door toenemende verstedelijking en nam extreme proporties aan na de Tweede Wereldoorlog. Het gevolg was dat vijf van de veertien in Brussel waargenomen amfibieën verdwenen: de rugstreeppad, boomkikker, vroedmeesterpad, poelkikker en kamsalamander.
In het tijdschrift Brussels Studies verscheen onlangs een artikel van de Brusselse onderzoekster Ariane d'Hoop (UCLouvain en ULiège) – de voorbode van een boek – waarin ze inzoomt op de omstandigheden waaronder de beestjes hier uitgestorven zijn. “Ik wil met het artikel ingaan tegen een bepaalde onverschilligheid over dit thema en beschrijven hoeveel inzet er nodig is om een plek voor hen in de stad te behouden”, zegt ze.
“Vaak wordt er enkel aandacht besteed aan dergelijke fenomenen op grote schaal, wanneer de laatste exemplaren van een soort in gevaar zijn. Dikwijls spreekt men ook algemeen van 'biodiversiteitsverlies', voor velen een vage ver-van-mijn-bedshow. Om de impact tastbaarder te maken, toon ik concreet hoe de dieren deel uitmaakten van een lokale gemeenschap.”
Ooit was Brussel als moerasgebied ideaal voor amfibieën, maar vanaf de vijftiende eeuw veranderde dat door de vermindering van waterpartijen
Hoe de verdwijning van amfibieën de identiteit van een buurt beïnvloedde, blijkt bijvoorbeeld uit plaatsnamen. “Vlak bij mijn eigen woonplaats in Schaarbeek lag tot 1905 de Paddenstraat”, zegt d'Hoop. “Nu heet die de Teniersstraat, een verwijzing naar een schildersfamilie.”
D'Hoop moest te werk gaan als een detective, want de weinige historische bronnen over het onderwerp zijn ook fragmentarisch, wat veelzeggend is. Gelukkig kon ze onder meer terugvallen op de verslagen van twee gepassioneerde naturalisten uit het verleden: Georges Boulenger en Hellin de Wavrin.
Rond 1920 wees Boulenger erop dat er geen rugstreeppadden meer waren in het Ter Kamerenbos, waar hij ze veertig jaar eerder aan de oevers van het meer had aangetroffen. Na speurwerk concludeert d'Hoop dat dat waarschijnlijk deels kwam door de inrichting van het park en de grotere drukte, maar ook doordat de oevers van het meer werden verstevigd met breuksteen en straatkasseien, waardoor de padden moeilijk of niet meer uit het water raakten. “Het toont hoe kleine ondoordachte maatregelen grote gevolgen kunnen hebben voor dieren, ook een les voor verantwoordelijken vandaag.”
Meer recent, na 1950, beschrijft De Wavrin hoe hij op nachtelijke tochten zijn oren spitste voor de roep van de vroedmeesterpad. Hij hoorde het kenmerkende geluid – korte, hoge fluittonen die in koor klinken als een klokkenspel – onder meer bij een vijver in het Ukkelse Sauvagèrepark, waar de laatste kolonie tot de jaren 1970 leefde.
De bezoekersdruk verzwakte de Ukkelse groep wellicht, maar volgens De Wavrin en D'Hoop ligt de hoofdreden van hun verdwijning wellicht bij het dempen van nabijgelegen waterpoelen. “Dat belemmerde hun nomadische levenswijze: een nieuwe vijver zoeken zodra de omstandigheden in de vijver waar ze leefden verslechterden.”
Beestig Brussel
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels . Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg .