← Back to docs index

Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit)

Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit)

Gennez over kwaliteitsverschil in crèches: ‘Normen moeten overal gelijk zijn’

Dat crèches met een vrij tarief vaker tekortschieten op het vlak van kwaliteit dan die met een inkomenstarief, wist Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) al. Toch blijft ze nieuwe plaatsen vergunnen in alle prijstypes.

Het kwaliteitsverschil tussen vrije prijs en inkomenstarieven was bekend binnen uw administratie. Waarom niet bij ouders? CAROLINE GENNEZ: Ik vind het belangrijk om ouders gerust te stellen: in 95 procent van alle crèches in Vlaanderen en Brussel is de kwaliteit er wél. Van mij mag alle kinderopvang inkomensgebonden zijn. Die zijn beter gefinancierd, waardoor je meer gekwalificeerd personeel kunt aanwerven en de zorgkwaliteit kunt verhogen. Betaalbaarheid is maar één uitdaging. In de kinderopvang spreken we over de drie p's: plaatsen, prijs en personeel. Er zijn ook mensen die vinden dat we vooral extra plaatsen moeten creëren, óók via vrij ondernemerschap.

Veel tekorten gaan over administratie of management. Pas tijdens een eventuele handhaving krijgen de crèches daarvoor begeleiding. Kan dat niet proactief? GENNEZ: Daarom zetten we in op een starterstraject. Wie een crèche wil openen, moet een traject doorlopen om het pedagogische aanbod en de kwaliteitsgarantie te versterken. Kleine crèches en onthaalouders kunnen gratis aanspraak maken op coaching. Het aanbod is er. Al moeten we durven toe te geven: er zijn mensen die liever in hun gesloten cocon blijven werken en die vooral gerust gelaten willen worden.

‘‘Al zeker 450 nieuwe, inkomensgerelateerde plekken zijn voorbestemd voor Brussel’’ Caroline Gennez Vlaams minister van Welzijn

Brussel scoort opvallend lager dan Vlaanderen. Onder meer taal is vaak een aandachtspunt én vergroot het personeelstekort. Zijn de Vlaamse normen genoeg afgestemd op de hoofdstad? GENNEZ: We moeten overal dezelfde kwaliteitsnormen hanteren, van Brussel tot de Vlaamse Rand en West-Vlaanderen, en zullen die dus niet aanpassen. Een vergunningsaanvraag voor nieuwe crèches gebeurt altijd in het Nederlands. Nadien volgt twee keer per drie jaar een inspectie waarin taal een factor is. Dat is geen fetisj, maar een kwestie van kwaliteit en veiligheid. Als je kindje allergieën heeft, moet je dat kunnen uitleggen aan de begeleiders en verantwoordelijke van die crèche. Taalstimulering in het Nederlands is ook een recht voor de verdere ontwikkeling van kinderen.

Hoeveel van de 11.000 beoogde plaatsen gaan deze legislatuur naar Brussel? GENNEZ: Al zeker 450 binnen een eerste oproep van 4.500 inkomensgerelateerde plekken zijn voorbestemd voor Brussel. We investeren ook extra in infrastructuur, die duurder is in Brussel, opleidingstrajecten en in nieuwe praktijkcentra. Dat zijn crèches die heel goed werk leveren, die medewerkers van andere crèches kunnen coachen op de werkvloer. In Brussel was Elmer voor ons een belangrijke inspiratiebron op dat vlak.

In praktijkcentra als Elmer zijn volgens de Vlaamse Gemeenschapscommissie de laatste 2,5 jaar 75 cursisten gestart. Amper 12 van hen zijn aan de slag in de kinderopvang. Gaat dat niet erg traag? GENNEZ: Het is een gigantische investering. Daarom pleit ik ervoor om ook zij-instromers on the job te kwalificeren tot kinderbegeleider én nemen we maatregelen om te investeren in onthaalouders. Samen met Zuhal Demir (N-VA-minister van Onderwijs, red.) hebben we gewerkt aan een nieuwe graduaatsopleiding tot kinderbegeleider. Het is nu aan de hogescholen om die te organiseren. Ik hoop dat er ook in Brussel spoedig een dergelijke opleiding van start kan gaan.

Kinderopvang