← Back to docs index

3 In kaart: hoe goed scoorde jouw crèche bij de inspectie? Eleanor Denneman, Wolf France © BRUZZ 09/09/2026 © Ivan Put

3 In kaart: hoe goed scoorde jouw crèche bij de inspectie? Eleanor Denneman, Wolf France © BRUZZ 09/09/2026 © Ivan Put

| Een bezoekje aan kinderdagverblijf Prutske

Uit het grote crècheonderzoek van BRUZZ en Knack blijkt dat Brusselse crèches, en vooral de duurdere, slecht scoren bij inspecties. Benieuwd hoe jouw crèche het doet? BRUZZ bundelde de resultaten van het meest recente inspectierapport van elke crèche en bracht ze in kaart.

Op deze kaart staan de 150 Nederlandstalige crèches van Brussel. Zoom in en klik op een crèche om de uitkomst van de laatste inspectie te zien. Onder de kaart worden de verschillende aspecten van het verslag uitgelegd.

Inspecties gebeuren in principe onaangekondigd. De inspecteur observeert de werking, spreekt met medewerkers en verantwoordelijken, bekijkt documenten en controleert de infrastructuur. Daarna maakt hij een verslag op.

Als er te veel of ernstige tekortkomingen zijn, kiest de inspecteur voor een 'advies tot handhaving' (de rode bolletjes). Daarmee signaleert de Zorginspectie aan het Vlaamse agentschap Opgroeien dat de crèche strenger opgevolgd moet worden, en kan bijvoorbeeld een boete, extra coaching of een schorsing volgen.

Sinds 2022 kregen 34 Brusselse crèches minstens één ‘advies tot handhaving’. Bij elf van hen gebeurde dat bij het meest recente inspectiebezoek.

Een lange lijst aan inbreuken of een rood bolletje betekent niet automatisch dat een crèche over de hele lijn slecht functioneert. Het toont vooral dat er tijdens de inspectie voldoende bezorgdheden en risico's waren om verdere opvolging aan te bevelen. Tegen de tijd dat je het rapport leest, kan de crèche de vastgestelde problemen al hebben aangepakt.

Wat betekenen de verschillende aspecten?

In de inspectierapporten staat elk aspect beschreven. Dit is een beknopt overzicht van de meest voorkomende aspecten.

Niet elk aspect wordt bij elke inspectie bekeken, omdat dit te veel tijd zou kosten. Gemiddeld worden er zo'n 10 aspecten per rapport besproken.

De regelgeving legt vooral vast welk doel een crèche moet bereiken, maar niet altijd precies hoe dit moet gebeuren. Inspecteurs combineren daarom verschillende bronnen – gesprekken, documenten en observaties – om een breder beeld van de werking te krijgen.

Aanwezigheid kinderen (gecontroleerd bij 145 van de 146 Brusselse crèches)

Hoeveel kinderen zijn er aanwezig? Komt dit overeen met het aantal vergunde plaatsen? Wordt dit correct geregistreerd?

Is er op ieder moment voldoende toezicht op de kinderen, ook tijdens het slapen?

Aanwezigheid kinderbegeleiders (142 keer gecontroleerd)

Hoeveel kinderbegeleiders zijn er aanwezig per kind? Wordt dit correct geregistreerd?

Als een kinderbegeleider alleen is, mogen er maximaal 8 kinderen zijn. Als er minstens twee kinderbegeleiders zijn, mogen er maximaal 9 kinderen per begeleider zijn.

Welbevinden en betrokkenheid (118 keer gecontroleerd)

Zijn de kinderen vrolijk, zichzelf, ontspannen, weerbaar, geconcentreerd bezig, gemotiveerd, ontdekkend?

Is er voldoende, vlot en veilig bereikbare buitenspelmogelijkheid?

Heeft elk aanwezig kind een veilig bed? Is er voldoende ventilatie?

Inlichtingenfiches (102 keer gecontroleerd)

Zijn de inlichtingenfiches (gegevens per kind) actueel, volledig en makkelijk te raadplegen?

Is er een schriftelijk verslag met een analyse van de risico's in de opvang? Worden de nodige maatregelen genomen om de risico's zoveel mogelijk te beperken? Worden alle medewerkers hierbij betrokken?

Grensoverschrijdend gedrag (75 keer gecontroleerd)

Wordt grensoverschrijdend gedrag op tijd gedetecteerd door de organisator? Wordt er gepast op gereageerd en wordt het gemeld aan Opgroeien? Kennen de medewerkers de afspraken?

Aanspreekpersoon (54 keer gecontroleerd)

Is er altijd iemand aanwezig die het dagelijks reilen en zeilen van de opvang kent en die door de gezinnen kan worden aangesproken bij afwezigheid van de verantwoordelijke?

Is er een taalbeleid om Nederlandse taalwerving te stimuleren (met positieve aandacht voor de thuistaal)?

Is er nagedacht over de dagelijkse werking, zodat ongelukken en crisissen voorkomen kunnen worden? Weten alle medewerkers wat ze moeten doen ter preventie en in geval van een crisis?

Is er een verantwoordelijke met de juiste competenties en kwalificaties, die de werking aanstuurt, opvolgt en bijstuurt waar nodig?

Ouders kunnen online alleen de beknopte versie van het verslag raadplegen, zonder privacygevoelige informatie. De Zorginspectie erkent dat daarbij “een groot stuk van de context” verloren gaat.

De experten en inspecteurs die we voor dit onderzoek spraken, raden ouders daarom aan om het volledige verslag op te vragen bij de Zorginspectie én om in gesprek te gaan met de crèche. Wat werd er precies vastgesteld? Welke maatregelen zijn er intussen genomen en hoe worden die verder opgevolgd? De manier waarop een crèche op zulke vragen reageert, kan ouders veel vertellen.

Zo ziet een inspectierapport eruit

Een rapport telt ongeveer 10 tot 15 pagina's. Het begint met basisinfo.

De inspecteur geeft per aspect aan of het 'in orde' of 'niet in orde' was. Meestal worden er zo'n 10 aspecten onder de loep genomen.

Tot slot geeft de inspecteur wel of geen advies tot handhaving. Bij een 'advies tot handhaving' wordt er ook gezegd waarom.

Kinderopvang