← Back to docs index

| Een bezoekje aan kinderdagverblijf Prutske

Kwart van Nederlandstalige crèches in Brussel scoort slecht

| Een bezoekje aan kinderdagverblijf Prutske

Bijna een kwart van de Nederlandstalige crèches in Brussel was de afgelopen vier jaar niet in orde met de veiligheidsvoorschriften, en dan vooral de duurdere opvangplekken. Dat blijkt uit een gezamenlijke data-analyse van BRUZZ en Knack op basis van alle beschikbare inspectieverslagen van de zorginspectie.

Maar liefst 34 inbreuken. Dat was het verdict van Zorginspectie bij een bezoek aan De Vrolijke Smalah in april, een Nederlandstalige crèche in Oudergem. Onder meer goede ventilatie en de brandveiligheidsprocedure ontbraken, het aantal aanwezige kinderen was niet altijd geregistreerd, de tuin niet omheind en een van de begeleiders sprak geen Nederlands. Bovendien lag er tijdens het inspectiebezoek een te groot knuffeldoekje in een van de kinderbedjes, wat niet mag wegens verstikkingsgevaar. Al die tekorten werden netjes opgelijst in het inspectieverslag.

De inspecteur besloot tot een advies tot handhaving: een officiële vraag aan het Vlaams Agentschap Opgroeien om de crèche aan te manen de vastgestelde tekorten zo snel mogelijk weg te werken, en die ook strenger op te volgen. Opgroeien geeft in negen op de tien gevallen meteen gevolg aan zo’n advies. En aangezien het agentschap in dit geval ook zélf klachten had ontvangen van ouders, ging het meteen over tot een meer ingrijpende maatregel: De Vrolijke Smalah kreeg in juni een schorsing van drie maanden opgelegd, gepaard met verplichte coaching.

“Maar we waren toch een beetje verbaasd”, zegt organisator Jacques Ponjée van de crèche. “We hadden anderhalf jaar geen inspectie gehad en plots bleek er van alles niet te kloppen. Vaak waren dat inbreuken op organisatorisch vlak, zoals procedures die niet waren nageleefd.”

3.307 rapporten

BRUZZ en Knack analyseerden 3.307 inspectierapporten van 2.290 kinderopvanglocaties in Vlaanderen en Brussel. 

Een crèche die een tik op de vingers krijgt van de Zorginspectie is in Brussel geen uitzondering. Uit een gezamenlijke analyse van BRUZZ en Knack van ruim 3.300 inspectieverslagen die sinds 2022 online staan, blijkt dat bijna een kwart (23 procent) van alle actieve Nederlandstalige crèches in de hoofdstad sindsdien een advies tot handhaving gekregen heeft. Concreet gaat het om 34 crèches waar de voorbije vier jaar ernstige tekortkomingen werden vastgesteld, op een totaal van 146 geïnspecteerde crèches. Als ook de crèches die inmiddels gesloten zijn worden meegeteld, kregen zelfs 58 Brusselse kinderdagverblijven in die periode een advies tot handhaving.

De Brusselse cijfers staan in schril contrast met tekortkomingen in crèches in de rest van Vlaanderen. Ter vergelijking: in Antwerpen en Gent kregen maar 11 procent van de crèches al eens zo’n advies, en in heel Vlaanderen 10 procent. Dat blijkt uit dezelfde data-analyse van BRUZZ en Knack. In Brussel trekken de inspecteurs dus dubbel zo vaak aan de alarmbel als in Antwerpen en Gent. Crèches in de Vlaamse Rand scoren met 28 procent nóg slechter.

Die tekorten in de zorgkwaliteit komen trouwens boven op een aanhoudend plaatstekort in de Nederlandstalige kinderopvang in Brussel. De 150 actieve crèches ontvangen samen meer dan 6.000 kinderen tussen de 0 en 3 jaar oud. Desondanks mikt Vlaanderen op nog eens duizend extra Brusselse plaatsen tegen 2030. Daarvoor krijgt de Vlaamse Gemeenschapscommissie 6 miljoen euro. Voor veel ouders lijken de inspectieverslagen van Zorginspectie dan ook bijzaak.

Streng, maar rechtvaardig

“Je mag je twee pollekes kussen als je überhaupt een plaats vindt, dus veel keuze heb je niet”, zegt een moeder uit Molenbeek. Zij koos de crèche van haar eerste kind louter op haar buikgevoel. Voor haar tweede kind dook ze wél in de inspectieverslagen, die ze vervolgens bundelde in een Excel-­bestand voor al haar zwangere vriendinnen. “Maar je moet al behoorlijk graven om er echt iets uit te halen”, vindt zij. Een inbreuk kan namelijk sterk verschillen: het gaat van onveilige bedjes of personeelstekort tot een document dat niet is geprint.

In kaart

Hoe goed scoren de crèches in jouw buurt? BRUZZ maakte een beknopt overzicht van het laatste rapport van elke crèche.

“Ik heb vooral raad gezocht bij kennissen en in Facebookgroepen voor jonge ouders”, zegt een andere moeder uit Jette, van wie het zoontje zopas startte in een crèche vlakbij, “want het verslag zelf zag er goed uit.” “Wij wisten niet eens dat die verslagen online stonden. We hebben gewoon vier crèches bezocht op basis van locatie. Liefst dicht bij huis of bij een station omdat wij pendelen”, zegt een jonge vader, die anoniem reageert om de eigen opvang niet af te vallen. “Ter plekke keken wij vooral naar de omgang met de kinderen en het contact met ons en andere ouders. We zijn nu tevreden, maar ik weet dat Zorginspectie een opmerking heeft gemaakt over onveilig slapen. Dat komt volgens mij omdat ze mijn zoontje soms laten slapen in zijn wipper, wat eigenlijk niet mag.”

Het toont aan dat de inspectieverslagen, die BRUZZ heeft samengevat , voor een doorsneeouder niet altijd leesbaar zijn. Pas sinds eind 2022 moeten die verslagen proactief online beschikbaar zijn: een aanbeveling van de parlementaire onderzoekscommissie naar de kinderopvang toen. Die commissie kwam er na het overlijden van een baby in een crèche bij Gent en na andere wantoestanden in Vlaamse crèches. In de hoofdstad dook de voorbije jaren geen overlijden op, maar wel ernstig misbruik in een crèche van de ULB en verschillende sluitingen door personeelstekort.

Dat grote wantoestanden uitblijven, wil hoe dan ook niet zeggen dat er geen risico’s zijn, zegt Maarten Knippenberg van Zorginspectie. Hij is teamverantwoordelijke Kinderopvang en leidt daar 66 inspecteurs. Die streven ernaar om alle vergunde Vlaamse kinderdagverblijven minstens twee keer per drie jaar te controleren. “Je kunt als ouder heel goede ervaringen hebben met je crèche, maar dat is een persoonlijke anekdote, een individuele beleving. Zorginspectie kijkt naar risico’s. Het kan zijn dat die risico’s zich niet manifesteren. Des te beter, maar de risico’s zijn er wel en moeten worden aangepakt”, zegt Knippenberg.

Slechts 3 op 10 crèches voldoende gecontroleerd

Slechts 30 procent van de Brusselse crèches heeft minstens twee inspecties gehad de afgelopen drie jaar.

“De regels zijn streng, maar rechtvaardig”, vindt ook Jacques Ponjée van De Vrolijke Smalah. “Als organisator was ik natuurlijk verantwoordelijk: ik had zélf elke dag moeten nakijken of er geen knuffels in de bedjes lagen”, erkent hij. “Dat heb ik helaas niet gedaan, maar in principe hadden we een verantwoordelijke die dat werk moest doen.” Die vrouw, een ervaren kinderbegeleidster maar alleen Franstalig, is inmiddels ontslagen. “Ik ben formeel: nieuw personeel zal hier altijd tweetalig zijn”, zegt Ponjée.

Zijn crèche heropent net deze week met een nieuw team, nieuwe kinderen en een stevige lening bij de bank. Dat laatste is niet toevallig: een kwalitatieve crèche uitbaten is zeker niet altijd lucratief. En uit de Vlaamse inspectieverslagen blijken de risico’s bovendien het hoogst in crèches met een ‘vrije prijs’. Dat betekent dat de uitbater niet gebonden is aan de inkomensgerelateerde tarieven (IKT) en bijhorende subsidievoorwaarden. In Brussel hanteert 22 procent van de crèches zo’n vrij prijsmodel, óók De Vrolijke Smalah. “Ik ben tot 65.000 euro kwijt door de sluiting”, geeft Ponjée toe. Hij verwijst naar lopende kosten, ontslagvergoedingen en inschrijvingsgelden van 990 euro per maand, die hij moest terugbetalen aan de ouders.

Hogere tarieven

“De prijs voor kinderopvang loopt in Brussel en de Vlaamse Rand naar onze indruk hoger op dan in de rest van Vlaanderen, al hebben wij daar geen volledig zicht op”, zegt Dieter Vanhecke, directeur Kinderopvang bij het Agentschap Opgroeien. “Maar zelfs met hoge tarieven raken zij niet altijd uit de kosten. Een organisator die werkt met inkomenstarief krijgt gemiddeld 70 à 80 euro subsidies per kind per dag. Dat is nodig om kwaliteitsvolle kinderopvang te organiseren en in een degelijke verloning te voorzien. Maar er is volgens mij geen enkele ouder die dat betaalt in het vrije systeem”, zegt Vanhecke.

Vaak klimmen die vrije tarieven in Brussel al tot 50 euro per dag, soms aangevuld met supplementen voor voeding of luiers. Ter vergelijking, in het gesubsidieerde model (IKT) betalen ouders in de hoogste inkomensschijf 35,89 euro per kind per dag, voor ouders in de laagste inkomenscategorie is dat 6,47 euro.

Heeft dat prijsverschil ook een impact op de kwaliteit? In Brussel kreeg van de opvanginitiatieven met vrije prijs maar liefst twee derde (64 procent) al eens een advies tot handhaving sinds 2022, tegenover 12 procent van de inkomensgerelateerde crèches. “We zien dat ook in onze cijfers”, erkent Vanhecke van Opgroeien.

“We weten uit onderzoek dat subsidies wel degelijk ingezet worden voor betere kwaliteit, ook al wordt daar niet expliciet op gecontroleerd”, zegt pedagoog Jochen Devlieghere van de Universiteit Gent. Hij werkte mee aan een onafhankelijke controle van driehonderd Vlaamse crèches in 2023 (MeMoQ). “Het verschil met vrije prijs was dus bekend, maar alleen op basis van steekproeven.”

De nieuwe analyse van BRUZZ en Knack maakt dat verschil nu zichtbaar op het geheel van de beschikbare inspectieverslagen. Ook in Vlaanderen doen de crèches met minder subsidies het slechter, maar het verschil is minder uitgesproken: daar krijgen de vrije prijs crèches drie keer zo vaak een advies tot handhaving vergeleken met crèches met een inkomensgerelateerd tarief. In Brussel is dat vijf keer zo vaak. “In Brussel worden de knelpunten die in heel Vlaanderen bestaan als het ware uitvergroot. Zo is het overal moeilijk om goede infrastructuur te vinden met voldoende buitenruimte, maar in de dichtbebouwde context van Brussel nog meer”, zegt Devlieghere.

Ter illustratie, 31 procent van de geïnspecteerde crèches in Brussel scoort volgens Zorginspectie ondermaats op buitenspel, méér dan in Antwerpen of Gent (zie reportage pagina 12). Maar de infrastructuur heeft ook een impact op ventilatie, brandveiligheid en de zorgkwaliteit. “Voldoende grote gebouwen kopen of huren, is gewoon erg duur. Daardoor duurt het in Brussel langer om nieuwe kinderopvangplaatsen te openen, en doen privécrèches en onthaalouders ook sneller de boeken toe”, zegt Devlieghere, die daarover momenteel een studie voert in opdracht van perspective.brussels.

“Een tweede probleem is gekwalificeerd personeel vinden. In Brussel is dat opnieuw uitvergroot omdat je in Nederlandstalige voorzieningen ook Nederlandstalig personeel moet vinden”, zegt Devlieghere. “Iemand vinden met het juiste diploma, is moeilijk. Die ook nog tweetalig vinden, al helemaal”, zegt Jacques Ponjée. Bij de helft van de crèches met een advies tot handhaving sprak het personeel onvoldoende Nederlands, zo blijkt ook uit de gemeenschappelijke analyse. Dat bemoeilijkt niet alleen het verloop van het inspectiebezoek, maar betekent ook dat ouders er niet altijd in het Nederlands terechtkunnen. De Vrolijke Smalah heeft alvast een nieuwe verantwoordelijke, maar blijft weliswaar nog een hele tijd onder handhaving van Opgroeien. “Daardoor krijgen wij coaching en meer regelmatige inspecties, en kunnen wij ons stap voor stap verbeteren”, besluit Ponjée.

Dat laatste vindt pedagoog Devlieghere essentieel: “Een advies tot handhaving, zelfs een handhaving op zich, wil niet zeggen dat een kinderopvangvoorziening een slechte crèche is”, benadrukt hij. “Het wil alleen zeggen dat er tekorten zijn vastgesteld op het kwaliteitskader, die moeten worden weggewerkt.”

Mismanagement

Maar wat dan net de kloof tussen Brussel en Vlaanderen verklaart, dat tonen de inspectieverslagen niet eenduidig. Zo merkt Zorginspectie in de meest recente verslagen in 41 Brusselse crèches problemen op met veilig slapen. Er was bijvoorbeeld geen veilig bed voor elk kind en in tien Brusselse crèches lagen baby’s zelfs met een kussen of dekbed in bed.

De grootste problemen hebben echter te maken met administratie en management. In Brussel hadden maar liefst 66 crèches fouten gemaakt bij de registratie van het aantal aanwezige kinderbegeleiders. In twaalf van die gevallen waren er te veel kinderen aanwezig per begeleider. Bij 36 crèches was het aanwezigheidsregister van de kinderen niet in orde. Nog eens 65 keer waren de inlichtingenfiches verouderd, onbeschikbaar of onvolledig. Die fiches bevatten doktersgegevens en allergieën van de kindjes, maar ook wie hen in de crèche mag ophalen.

“Dat lijkt een formaliteit, maar die fiches dienen om belangrijke informatie over het kind snel beschikbaar te maken voor iedereen die werkt in de kinderopvang én voor hulpverleners in crisissituaties”, zegt stafmedewerker Nina Hongenaert van Zorginspectie, vroeger zelf inspecteur. Ze wijst op het grote personeelsverloop in de sector. “Zelfs binnen één crèche wisselen begeleiders elkaar af tijdens de dag. De informatiedoorstroom tussen begeleiders onderling, maar ook tussen ouders en medewerkers, is gewoon heel complex.”

Veeleer lijkt bij de private crèches in Brussel, en dikwijls die met vrije prijs, het bedrijfsmodel al eens troebel. In Sint-Gillis werd een crèche onder handhaving bijvoorbeeld door een Franstalige uitbater overgekocht die ook een thuisverplegingsfirma leidt in Molenbeek. In de Europese wijk staat momenteel een meertalige crèche te koop na herhaaldelijke opmerkingen van Opgroeien. “Elke nieuwe crèche moet door ons vergund worden, maar een bestaande onderneming kan nog altijd overgenomen worden. We verwachten dan van de overnemers dat zij met de tekorten aan de slag gaan”, zegt Dieter Vanhecke.

"Een advies tot handhaving wil niet zeggen dat het een slechte crèche is" Jochen Devlieghere Pedagoog (UGent)

Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) wil sowieso evolueren naar meer inkomensgerelateerde plaatsen, met meer subsidies en dus meer controle, maar de kleinere privécrèche hoeft niet te wijken, vindt Vanhecke. “Ik wil zeker niet gezegd hebben dat vrije prijs per definitie minder kwaliteit oplevert, integendeel. Wij willen een divers landschap van kinderdagverblijven behouden, met zowel kleine locaties dicht bij de ouders als grotere structuren”, zegt hij. “Wel vinden wij het belangrijk dat elke crèche over voldoende beleidsvoerend vermogen beschikt. Dat gaat over leiderschap, over weten wie verantwoordelijk is voor wat, over een goed klachtenbeleid en over transparante communicatie met de ouders, het lokaal bestuur en met Opgroeien. Precies omdat we vaststellen dat een tekort op één punt dikwijls ook speelt op andere vlakken. Een goede crèche met een slechte verantwoordelijke, dat bestaat bijna niet.”

Pedagoog Jochen Devlieghere gaat akkoord. “Het kwaliteitskader vraagt nu meer aandacht voor pedagogiek, leiderschap en beleidsvoering boven op de pure zorg of hygiëne, maar ik zou daar niet te veel compromissen in sluiten”, vindt hij. “Het gaat om heel kleine, kwetsbare kinderen. Daar moeten we streng op zijn.”

Hoe gingen we te werk?

BRUZZ en Knack analyseerden 3.307 inspectierapporten van 2.290 Nederlandstalige crèches in Vlaanderen en Brussel. Het onderzoek richt zich uitsluitend op crèches (groepsopvang) die nu actief zijn; onthaalouders (gezinsopvang) werden niet meegenomen. Kinderdagverblijven die in juli of augustus 2026 zouden stoppen, werden handmatig uit de lijst verwijderd.

We onderzochten alle inspectierapporten die op 10 augustus 2026 online stonden. Die rapporten zijn sinds eind 2022 publiek raadpleegbaar via de Kinderopvangzoeker van Opgroeien en de CoBRHA Viewer van het Departement Zorg.

Om te bepalen of een crèche met een ‘vrije prijs’ of met een ‘inkomensgerelateerd tarief’ werkt, baseerden we ons op hun huidige status in de Kinderopvangzoeker. Die status komt niet noodzakelijk overeen met het systeem dat op het moment van de inspectie van toepassing was, aangezien crèches in de loop van hun bestaan van systeem kunnen veranderen.

Met behulp van code werd de inhoud van de inspectieverslagen samengebracht in één dataset en gekoppeld aan het profiel van elke crèche. Zo konden de rapporten op grote schaal worden geanalyseerd. 

Kinderopvang