← Back to docs index

| Bij Prutske in Ukkel moet elk kind elke dag van het jaar minstens één keer buiten zijn geweest.

Te weinig buitenruimte in Brusselse crèches: ‘Kinderen moeten proeven wat sneeuw is’

| Bij Prutske in Ukkel moet elk kind elke dag van het jaar minstens één keer buiten zijn geweest.

In een derde van de Brusselse crèches schiet buitenruimte of de mogelijkheid om buiten te spelen tekort. Dat blijkt uit een analyse van BRUZZ en Knack. Plaatsgebrek is deel van de uitleg, maar ook verkeer, intolerante buren of een gebrek aan kennis hinderen veilig buiten spelen. Al kan het ook anders, leert een groene oase in Ukkel.

“Goed zo, Madeleine!” Op haar driewieler rolt de kleine Madeleine van een houten ramp, klaar voor een rondje op de fiets. In de zandbak zitten haar vriendjes intussen volop te scheppen en graven. Een meisje met zes staartjes heeft mijn schrift en pen meegenomen. Ze blijft lang wuiven wanneer ik weer naar binnen ga. “Wij willen dat kinderen zo veel mogelijk gefascineerd bezig zijn, met zo weinig mogelijk tussenkomst van volwassenen”, zegt Martine De Varé. Zelfs een pen kan schijnbaar fascineren.

De Varé is directrice van kinderdagverblijf Prutske in Ukkel, deel van de katholieke vzw Fac Similiter en nog altijd gelegen in een actief klooster. De oude kloostertuin is haar grote trots. Sinds zij die lap grond in 2021 in erfpacht kreeg van de laatste zusters, heeft ze hem heringericht tot een echte belevingstuin met verschillende 'kamers', zegt ze. “Onze kinderbegeleiders zitten in zo'n kamer of hoek van de tuin en komen pas tussenbeide als de kindjes hulp nodig hebben.”

En dat gebeurt in alle seizoenen. “Bij ons moet elk kind elke dag minstens één keer buiten zijn geweest. Of dat nu is om te horen hoe regen op het dekzeil valt of om te voelen of proeven wat sneeuw is. Het hele jaar door houden wij vast aan die filosofie”, zegt De Varé. Er zijn zelfs twee buitenbedjes om de kinderen te slapen te leggen. Die zien eruit als een afgesloten stapelbed achter gaas en moeten altijd bewaakt worden. “Ouders gaan daarmee akkoord, tot hun kind een verkoudheid heeft”, glimlacht De Varé.

| ‘In onze tuin kunnen kinderen zich uren bezighouden’, zegt Martine De Varé.

In de tuin vind je een klassieke zandbak, modderkeuken en hindernissenparcours, maar ook veel lage bomen en natuurlijke elementen. Er staan een bessenstruik en een appelboom, kruidenbakken om blaadjes uit te plukken en insectendozen om beestjes te vangen. Op een loopparcours kunnen de kinderen met blote voetjes over schors, mos of kiezels lopen. In de wilgenhut kunnen ze boekjes lezen en aan de klankmuur muziek maken. Centraal dienen houten banken en twee babyhangmatten als rustpunt. “We kozen bewust niet voor een speeltuin vol prikkels, maar een tuin waar de kinderen zich uren in kunnen bezighouden”, zegt De Varé. “Wij willen vooral dat zij leren aarden. Als ik zelf na mijn werk naar huis fiets door het Zoniënwoud, word ik rustig. Waarom zou dat dan niet werken voor jonge kinderen?”

Te veel zware metalen

De filosofie van Prutske slaat aan, blijkt uit de wachtlijst en vele hulpvragen, al blijft die redelijk uniek in de hoofdstad. In veel Brusselse kinderdagverblijven is de buitenruimte lang niet even groen of terdege benut. Dat blijkt uit een analyse van 147 Brusselse inspectieverslagen van de Vlaamse Zorginspectie, uitgevoerd door BRUZZ en Knack .

Sinds 2022 zijn zeker 34 inbreuken vastgesteld op het vlak van buitenspeelbeleid in Brussel, goed voor 31 procent van alle geïnspecteerde crèches op deze parameter (115). Ter vergelijking, de Vlaamse centrumsteden Antwerpen en Gent scoren ondanks hun stedelijke dichtheid beter dan Brussel: daar kregen respectievelijk 17 en 21 procent van de gecontroleerde crèches hierover een opmerking.

“Ik vermoed dat die verschillen te maken hebben met een algemene druk op de Brusselse ruimte. Grond is hier duur en de bodem vaak moeilijk te bewerken door talloze kabels in de ondergrond, maar ook door bodemvervuiling”, zegt Christophe Biesmans van Apis Bruoc Sella. Die vzw stelde in 2021 een gids op voor groene crèches in opdracht van Leefmilieu Brussel. Tot 40 procent van de Brusselse bodem bevat volgens Leefmilieu Brussel nog altijd te veel zware metalen of plastic: niet bepaald de plek waar je jonge kinderen in wil laten graven of tuinieren.

31 procent

van de geïnspecteerde crèches in Brussel scoort ondermaats op buitenspel.

Antwerpen (17 procent) en Gent (21 procent) scoren beter.

Dat gras of andere natuur niet prioritair is, blijkt ook uit de cijfers: in 2019 had volgens een enquête door de Franstalige ONE tot een kwart van de Brusselse crèches alleen verharde buitenruimte. In de meeste andere gevallen was er wel een gazon, maar zelden een bloembed of moestuintje. In de helft van de crèches werd in de winter nooit buiten gespeeld.

“Wij hebben zelf twee crèches bezocht: een met een mooie tuin, maar een wat ouderwets beleid, en een met alleen terrassen, maar veel flexibiliteit”, vertelt een moeder uit Jette. “We hebben daar zeker over getwijfeld. Uiteindelijk gaven bereikbaarheid en flexibiliteit toch de doorslag.” “Onze crèche heeft geen gras, maar wel veel speelruimte op het terras. We hadden een goed gevoel bij het personeel en hebben gekozen op basis van locatie”, zegt een andere ouder.

Creatieve ontwikkeling

Buiten spelen komt dus niet op de eerste plaats voor ouders, maar is wel degelijk belangrijk voor kinderen, zegt postdoctoraal bewegingswetenschapper Eline Coppens (UGent/VUB). Zij voert onderzoek naar de motorische ontwikkeling van peuters in de Vlaamse kinderopvang. Hoewel alle beweging belangrijk is voor hun gezonde ontwikkeling, zegt Coppens, heeft buitenspel de extra troef dat het peuters vrijheid biedt. “Kinderen krijgen buiten vaak meer mogelijkheden om vrij te bewegen, ontdekken, experimenteren en hun omgeving actief te verkennen”, zegt Coppens. Dat stimuleert dan weer nieuwsgierigheid, creativiteit en probleemoplossend denken. Die verhoogde zin voor avontuur kan zelfvertrouwen en sociale interactie stimuleren, met allerlei positieve gevolgen voor hun welzijn.

“Kinderen krijgen buiten vaak meer mogelijkheden om vrij te bewegen, ontdekken, experimenteren en hun omgeving actief te verkennen” Eline Coppens Bewegingswetenschapper (UGent/VUB)

“We weten dat kinderen buiten een rijkere fantasie leren ontwikkelen, dat zij meer risicovol leren spelen en dat zelfs hun gehoor kan verbeteren door het horen van vogels of ritselende blaadjes”, zegt Christophe Biesmans. “Verder helpt blootstelling aan natuur op jonge leeftijd om hyperactiviteit en stress te laten zakken, en kan het zelfs weerstand helpen op te bouwen.”

Bij Prutske ging de ploeg voor het ontwerp van hun tuin als ware amateur-wetenschappers urenlang kinderen observeren in speeltuinen in en rond Brussel. “We keken rond en zochten naar wat kinderen fascineert”, zegt Martine De Varé. “Ik ben geen expert, ik weet niet welke impact al dat buiten spelen heeft op de lange termijn. Ik wil wel dat deze kinderen hun eerste duizend dagen bij ons zo blij en kalm mogelijk doorbrengen. Ouders hebben thuis niet altijd een tuin en na het werk weinig tijd om naar een park te gaan. Als wij de kinderen niet mee naar buiten nemen, wie dan wel?”

Volgens de Vlaamse regels moet elk nieuw, Nederlandstalig kinderdagverblijf in minstens drie vierkante meter aan buitenruimte voorzien per kind. “Maar een kleine ruimte die goed is ingericht en actief wordt gebruikt, kan soms meer ontwikkelingskansen bieden dan een grotere ruimte die weinig uitnodigt tot actief spel”, benadrukt Eline Coppens. In de gids van Leefmilieu Brussel zijn bijvoorbeeld planten met diverse geuren en texturen getipt, voor betere leerkansen.

Creatief zijn met beperkte ruimte is hoe dan ook eigen aan Brussel. Zowel in het Nederlandstalige als Franstalige net leiden hoge aankoop- of huurprijzen nu al vaker tot sluitingen van crèches dan in Vlaanderen, én tot vertraagde openingen van nieuwe kinderopvangplaatsen.

Dat blijkt uit lopend onderzoek van de administratie perspective.brussels. Het gaat dan niet alleen over tuinen of koeren, maar over hun hele infrastructuur en onderhoud. “Dat maakt de keuze voor een kwalitatieve tuin nog minder prioritair”, zegt pedagoog Jochen Devlieghere (UGent), die meewerkt aan de studie.

De Varé weet dus welk geluk ze heeft in het dichtbebouwde Brussel. “Wij hebben onze tuin gekregen”, zegt ze. De herinrichting ervan is ze nog altijd aan het afbetalen en het onderhoud kost haar een som met vier nullen per jaar. Plannen voor de verharde binnenkoer, waar Martine De Varé een sprookjesbos en extra buitenbedjes wil plaatsen, zijn uitgesteld door een afgewezen subsidie­aanvraag. “We moeten keuzes maken als wij voluit voor het natuurelement willen gaan”, zegt De Varé. Ze bespaart nu op schilderwerken en behelpt zich binnen met projectiebeelden van bossen, wolken of kwallen – om toch wat natuur te voorzien.

Volgens Christophe Biesmans zijn tijdens de lange periode zonder Brusselse regering – tot begin dit jaar – overal minder vergroenings- of verfraaiingssubsidies toegekend. Dat bevestigt de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het Nederlandstalige net.

Buurtlawaai

Alleen zet niet alleen ruimte of geld een rem op buitenspel, ook de attitudes van het personeel, ouders én de buurt. “We weten uit onderzoek dat een grote tuin niet per se gelijkstaat aan meer buiten spelen”, zegt pedagoog Devlieghere. “In heel Vlaanderen zorgen klachten over buurtlawaai ervoor dat er in kinderdagverblijven minder wordt buiten gespeeld dan mogelijk.

| Bij Prutske gaan ze met de kinderen op uitstap in een buggy-bus.

Ook de verkeersveiligheid in de buurt is bepalend om uitstapjes te maken.” Eendjes kijken in een park, bijvoorbeeld, kan pas als je er veilig raakt. Devlieghere: “We zijn ons er nu meer van bewust dat buiten spelen belangrijk is, maar weten niet of het in de praktijk vaker gebeurt.”

“Het is echt niet simpel”, zucht de uitbater van een privécrèche in Oudergem. Hij heeft een ruim gazon, maar kreeg van de inspectie alsnog een opmerking over brandnetels en klimop langs het gras. “En de kat van de buren sluipt hier soms binnen, wat niet veilig of hygiënisch is”, zegt hij. De uitbater heeft nu een omheining besteld, alle struiken gerooid en kunstgras gelegd onder de plastieken glijbaan. Van echte natuur kun je ondanks de oppervlakte dus niet meer spreken.

Bij Prutske zet De Varé dan weer bewust geen kippen of konijnen, wat andere crèches soms wel doen. “Ik wil geen ratten of vossen aantrekken, en ik zal de kinderen nooit vrij in een Brussels park laten spelen. Ik blijf verantwoordelijk”, zegt ze. Bij Prutske doen ze de uitstapjes daarom in een buggy-bus, een kar voor zes peuters, waarmee ze al zingend de straat oversteken naar het Ter Kamerenbos. “Dan doen we een tour du lac rond de vijver en benoemen we alles wat we zien. We gaan ook even varen op het ponton, dat vinden de kinderen geweldig”, zegt Martine De Varé.

“Een keuze voor groen vraagt wel wat organisatie. Ouders én kinderbegeleiders moeten gerustgesteld worden over eventuele risico's” Christophe Biesmans Vzw Apis Bruoc Sella

“Een keuze voor groen vraagt wel wat organisatie”, zegt Christophe Biesmans. “Ouders moeten soms laarsjes en reservekleding meegeven en gerustgesteld worden over eventuele risico's, maar dat geldt ook voor de kinderbegeleiders. Kinderen ontdekken de wereld met hun mond. Je moet dus weten dat meiklokjes giftig zijn, dat netels prikken en dat fruitbomen wespen aantrekken. Ik raad alle crèches aan om zich bij het ontwerp van een tuin te laten bijstaan door een expert”, zegt hij. Dat kennisgebrek werd in de gids van Leefmilieu Brussel vijf jaar geleden als grootste rem op vergroening aangestipt.

Dan toch maar een verhard terras met kruidenbak en klimplant? “Een echte tuin biedt nog altijd meer schaduw, meer speelkansen en meer rust aan kinderen”, zegt Biesmans. Eline Coppens wijst op de fysieke én cognitieve voordelen van een minder voorspelbare omgeving, met bijvoorbeeld hier en daar een hobbel of put in de grond. “Dat vergroot het probleem­oplossend vermogen van kinderen”, zegt zij, én een goede gewoonte is beter jong geleerd en oud gedaan. Coppens: “Buiten spelen heeft tal van gezondheidsvoordelen op de lange termijn. Als kinderen daar op jonge leeftijd positieve ervaringen in opbouwen, is de kans veel groter dat zij dat op latere leeftijd blijven doen.”

Kinderopvang

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels . Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg .