Het Withuis in Jette staat sinds 1985 op de monumentenlijst. Ook het interieur en de inboedel zijn beschermd.
Het Withuis in Jette staat sinds 1985 op de monumentenlijst. Ook het interieur en de inboedel zijn beschermd.
Gerenoveerde Diongre-woning uitzonderlijk te bezoeken: 'Binnen is het Withuis niet wit'
Niet alleen in Washington staat een beroemd wit huis. Ook Jette heeft een 'Withuis', dat honderd jaar na de bouw weer straalt zoals vroeger. Geïnteresseerden kunnen de gerenoveerde modernistische parel van Flageygebouw-architect Joseph Diongre uitzonderlijk en gedurende een beperkte periode bezoeken.
De restauratie- en renovatiewerkzaamheden aan het Withuis van architect Joseph Diongre zijn voltooid, na een lang, meerjarig traject dat het huis uit 1927 opnieuw dicht bij zijn oorspronkelijke staat van honderd jaar geleden bracht. Het huis op nummer 183 van de Charles Woestelaan werd gebouwd in opdracht van de politiek actieve schrijver en dichter Jef Mennekens, en is een belangrijke getuige van het Brusselse modernisme. Het ging om een totaalconcept dat architectuur, decoratie, meubilair en tuininrichting integreerde.
Sinds 1985 staan het huis en het originele meubilair op de monumentenlijst. Bijna een eeuw lang, gedurende vier generaties, bleef het de thuisbasis van de familie Mennekens, tot aan het overlijden van dochter Daisy Maistriaux-Mennekens in 2018. Toen werd het te koop aangeboden, en sinds 2019 is het eigendom van de Brusselse cineast en kunstenaar Bernard Mulliez. Die oefende na zijn aankoop zeven jaar geduld om de restauratie tot een goed einde te brengen. De administratieve procedures namen al de helft van die tijd in beslag.
"De kleuren die je vandaag ziet zijn niet de smaak van de huidige eigenaar, maar wel de kleuren van honderd jaar geleden" Florence Doneux Architectures Parallèles
Erfgoed Brussel volgde de restauratiewerken van nabij, waarvan de uitvoering in handen was van Goeminne Architects & Partners en Architectures Parallèles, die als opdracht hadden het werk van Diongre in ere te herstellen en in de mate van het mogelijke aan te passen aan de hedendaagse woonfuncties. Florence Doneux van Architectures Parallèles, dat vooral de erfgoedkant van de zaak behartigde, heeft het over een uniek project.
“Een volledige renovatie van een modernistische woning van een architect als Diongre, waarvan ook het interieur en inboedel beschermd zijn, dat maak je niet vaak mee. De reden waarom het pand Withuis wordt genoemd – het lichte, gladde granito dat voor de gevel werd gebruikt – tref je in Brussel bijna nergens anders aan. Bovendien heeft de restauratie verrassend veel onvermoede kleuren van het origineel aan het licht gebracht, want binnenin was het Withuis helemaal niet zo wit.”
Wijnrode kozijnen
Wie vandaag langs het Withuis op de drukke Woestelaan passeert, ziet aan de gevel sowieso al een groot verschil met vroeger. De wijnrode kozijnen en balustrades bepalen nu nadrukkelijk het uitzicht. Het niet-originele groen is verdwenen. Veel onderzoek spitste zich dan ook toe op de polychromie: de kleuren van het originele ontwerp.
“We hadden geen precieze kennis van die kleuren”, legt Doneux uit. “We beschikten over een document uit de jaren 1980, en de archieven en de herinneringen van de voormalige bewoners, maar die moesten geverifieerd worden. Zo was het gebruik van groen bij eerdere ingrepen het resultaat van foute aannames. Voor het historische kleuronderzoek van de verflagen hebben we de hulp van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) gekregen. De kleuren die je vandaag ziet zijn niet zomaar de smaak van de huidige eigenaar, maar wel de kleuren van honderd jaar geleden. Die zijn duidelijk een echo van het modernisme dat je ook elders in de gemeente aantrof, met name in de Cité Moderne, waar de chassis van de ramen ook verschillende kleuren hebben. De chassis van het Withuis waren dus rood. Veel onderdelen van het interieur die in de loop van de tijd wit werden geschilderd, waren dat oorspronkelijk niet. Het interieur combineert gele tinten met zwart. Achteraan tref je ook blauw aan. Bezoekers zullen een heel kleurengamma ontdekken.”
Joseph Diongre, de Brusselse architect die ook de Sint-Jan-de-Doperkerk, de Cité Diongre in Molenbeek en het Flageygebouw ontwierp, benaderde het Withuis als een totaalkunstwerk.
Andere blikvangers zijn de lambrisering, in een speciale structuurpleister die in zwang was van de jaren 1920 tot 1940, de originele deuren met glas-in-loodramen, gelakte multiplex panelen, en de badkamer en keuken die er opnieuw uitzien zoals honderd jaar geleden. “Enkele vakmensen hebben bepaalde technieken zoals voor de structuurpleister en het gevelgranito opnieuw moeten aanleren”, weet Doneux. “Sommige specialisten begonnen er zelfs liever niet aan.”
Wat de meubels betreft, staat er een vast ensemble rond de schouw, en ook enkele kasten die niet beschermd zijn, bleven bewaard. Originele tafels en stoelen zijn nog kortstondig te zien, maar zijn ergonomisch niet meer aan onze tijd aangepast. Aangezien ze het pand niet mogen verlaten, zullen meubels die niet meer worden gebruikt na de publieke openstelling bewaard worden in de kelder die daarvoor helemaal is uitgerust. De ramen kregen isolerend gelaagd glas, maar de meest ingrijpende verandering is de toevoeging van een kleine extra verdieping op het dak. Die heeft een teruggetrokken ligging, om het uitzicht van de oorspronkelijke gevel zo weinig mogelijk te verstoren. Florence Doneux: “Er stond op dat niveau al een volume dat toegang gaf tot het dak. Daarvan hebben we gebruikgemaakt om een kamer en een extra badkamer toe te voegen.”
Tijdelijk toegankelijk voor publiek
De oorspronkelijke eigenaar van dit bescheiden, maar opvallende huis was dus Jef Mennekens – schrijver, dichter, gemeentesecretaris van Molenbeek en ook even kabinetschef van de liberale ministers Julius Hoste en Octave Dierckx. Brusselaar Diongre, enkele jaren later ook de architect van de Sint-Jan-de-Doperkerk, de Cité Diongre in Molenbeek, en natuurlijk het Flageygebouw, kreeg veel vrijheid van Mennekens en benaderde het ontwerp als een totaalkunstwerk.
In 1943 werd Mennekens voor zijn huis doodgeschoten in onopgehelderde omstandigheden. Hij had drie kinderen. Zijn jongste dochter Daisy woonde nog lang in het huis, tot ze er op 102-jarige leeftijd stierf, waarna kleindochters Sylvia en Christiane Maistriaux het te koop zetten.
Huidig eigenaar Mulliez houdt zich liever op de achtergrond en communiceert ook niet over de financiële kant van de zaak. Het huis zal voor privédoeleinden worden gebruikt, en binnenkort niet meer op regelmatige basis te bezoeken zijn. Naar aanleiding van de restauratie krijgt het publiek wel nog even de gelegenheid om het Withuis te bezichtigen. Zo geeft gidsenorganisatie Arkadia er van 19 september tot 22 november rondleidingen, en loopt er gelijktijdig een tentoonstelling gewijd aan de pioniers van de Belgische geometrische abstractie.
Het gerenoveerde Withuis is van 19/9 tot 22/11 te bezoeken via Arkadia, arkadia.be