# Vuursalamander: droogte bedreigt zeldzame amfibie in Zoniënwoud

Het droge voorjaar en de warme zomer veroorzaken niet enkel brandgevaar. In het Zoniënwoud komt de enige populatie van vuursalamanders in het gewest ook onder druk. “Een droog jaar is een verloren jaar voor de voortplanting.”

De vuursalamander is een dier dat tot de verbeelding spreekt. In de eerste plaats omwille van zijn uiterlijk, want met zijn zwart-gele huidpatroon valt het beestje, dat zo'n 20 centimeter lang kan worden, meteen op. De felle kleuren moeten andere dieren waarschuwen: “Pas op, ik ben giftig.” De naam zou overigens niet naar die gele plekken verwijzen, maar naar een ander fenomeen: de dieren verstoppen zich vaak onder dood hout, waardoor ze pas te voorschijn komen wanneer dat hout op het vuur belandt.

Daarnaast is de amfibiesoort ook erg zeldzaam. In het hele Zoniënwoud bestaat er maar één populatie van enkele duizenden exemplaren. Die bevindt zich in het Brusselse deel ter hoogte van de bovenlopen van de Vuylbeek en de Wollenborre, twee bronbeken die de Verdronken Kinderenvijvers voeden. En ook elders in het gewest komt de salamander niet voor.

Die populatie staat echter steeds meer onder druk. Vooral de droogte tijdens het voorjaar speelde de vuursalamander parten. “De dieren zijn erg afhankelijk van ondiepe poelen zonder vissen of predatoren en die zijn deze lente gewoon uitgedroogd”, legt bioloog Mathias Engelbeen van Leefmilieu Brussel uit. “Ook die beken drogen op. Dat betekent dus dat er dit jaar amper voortplanting is geweest van de soort.” Vuursalamanderexpert Loïc van Doorn van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (Inbo) heeft het in dat verband over een race tegen de tijd. “Alle larven die niet volgroeid genoeg zijn om uit het water te kunnen leven, sterven. Daarna zorgt een droge zomer trouwens ook voor kleinere dieren en meer oversterfte.”

In het hele Zoniënwoud bestaat er maar één populatie van enkele duizenden exemplaren

Een slecht jaar is nog geen ramp, de vuursalamander kan immers twintig jaar oud worden, maar ook vorig jaar hadden we al een erg droge lente. Data van het KMI tonen dat die voorjaarsdroogte een echte trend is. “Droge lentes wegen ook op andere amfibiesoorten, maar voor de vuursalamander in het Zoniënwoud is het probleem nog nijpender”, weet Engelbeen. “Het gaat immers om een geïsoleerde populatie, die niet zomaar naar een andere leefplek kan verschuiven als de poelen droogvallen.”

Een oplossing ligt niet echt voor de hand. “Op korte termijn kunnen we dammetjes bouwen in poelen, om het water daar wat langer vast te houden”, weet Engelbeen. “Maar om echt een effect te hebben, moet je de leefomgeving van de salamander herstellen en verschillende populaties met elkaar verbinden. Ook in de Brabantse wouden zijn er populaties, idealiter kunnen we die groepen met elkaar in contact brengen.”

Het verdwijnen van de Brusselse vuursalamander zou alvast een slechte zaak zijn, vindt Loïc van Doorn. “Het is een erg zeldzame soort, die ook verbonden is met een landschapstype dat we willen behouden, maar waar we er amper nog van hebben: oude bossen. In die zin is het dier ook een indicator voor een waardevol landschap. Het maakt het des te belangrijker om die populatie goed op te volgen.”

Beestig Brussel
